Ze was boos. Althans dat dacht ze. Maar misschien was ze ook wel verdrietig of eenzaam en soms was ze blij dat het afgelopen was. Alle ruzies en al dat gedoe. Ze was dus eigenlijk vooral in de war. Dacht ze.

Angelique. Een leuke meid van 15. Slim en goed gebekt. Ze zat in 3 gymnasium, hield van hockey en had een hele grote vriendengroep. Ze was al een kwartier aan het vertellen en af en toe aan het huilen. Nu hield ze even op om adem te halen.

Haar ouders, allebei hoogopgeleid en zeer betrokken bij hun kinderen, waren aan het scheiden. Ze hadden zelf het gevoel dat ze het verstandig aanpakten, hadden samen met de kinderen gepraat en namen rustig de tijd om één en ander af te wikkelen. Maar opeens was Angelique niet thuis gekomen. Twee dagen waren ze haar kwijt geweest en toen was ze er weer. Ze wilde niet zeggen waar ze geweest was, ze was alleen maar boos. Of verdrietig. Of eenzaam. En soms ook blij. In de war dus, althans dat vond ze zelf.

Kindbehartiger

Een collega mediator die de ouders begeleidde bij de echtscheiding stelde voor om Angelique eens met een Kindbehartiger te laten praten. Dat vonden ze een goed idee. En Angelique was het er ook mee eens. Zo kwam ze dus bij mij terecht.

Ik had haar uitgelegd dat ik er voor haar was. Dat ze met mij in gesprek kon zonder dat ik wat ze aan mij vertelde met haar ouders ging delen. En dat ze na afloop zelf mocht bepalen of, hoe en wat er verteld zou worden.

Ze gaf aan dat ze mij ook niet ging vertellen waar ze die twee dagen geweest was. Ik antwoordde dat me dat nu ook niet het belangrijkste leek. Maar misschien wilde ze het er wel over hebben waarom ze ineens verdwenen was?

Het verhaal kwam er met horten en stoten uit. Al die ruzies al die jaren. Haar vader, die dan dagen zweeg, haar moeder die juist wel alle details vertelde. Het gevoel partij te moeten kiezen. Voor haar moeder dus, die dat leek te verwachten. Of misschien juist voor haar vader, omdat die zichzelf niet verdedigde? Maar ze hield van allebei (en soms was ze ze ook spuugzat), dus ze wilde en ze kon niet kiezen. Nu niet en nooit niet. En nu was haar gevraagd of ze bij haar vader of haar moeder wilde wonen. Haar twee kleine broertjes zouden bij moeder blijven maar zij wilde eigenlijk het liefst bij niemand wonen. Dacht ze. Of misschien bij allebei om de beurt. Of toch liever bij haar beste vriendin Nora, die had gezegd dat dat ook vast wel mocht. Maar het waren vooral al die emoties, waar ze zo ontzettend moe van werd. Dat drukke hoofd en dat slechte slapen. En dus was ze even weggegaan, om rust te hebben en er even uit te zijn.

Ik vertelde haar dat ik het allemaal heel begrijpelijk vond. Dat ik het idee had dat ze zich niet óf dit óf dat voelde, maar én-én. Dat dat niet gek was in deze periode, maar eigenlijk heel logisch. Niet zo zeer in de war, maar vooral te veel tegelijk. Maar dat ik wel snapte dat ze daar heel moe van werd.

‘Wat zou je op dit moment willen?’, vroeg ik. Daar moest ze even over nadenken. ‘Een time-out’, zei ze. ‘Even rust en ook weer eens leuke dingen en lekker lachen’. We bespraken waar dat zou kunnen en ze kwam met oma (‘maar die woont ver weg en ik moet naar school’) en met Nora. ‘Ik zou het liefst even bij Nora logeren’, was haar conclusie.

‘Zou je dat aan je ouders willen vertellen?’, vroeg ik. Ze keek me ongerust aan. ‘Dat vind ik heel, heel moeilijk, ik kan op de één of andere manier de woorden niet vinden’, zei ze. ‘Wil je dat ik het voor je vertel?’, bood ik aan. ‘Nee zeg, ik ben geen watje!’, stoof ze op. Ik schoot onbedoeld even in de lach. ‘Ik moet lachen omdat ik je helemaal geen watje vind, eigenlijk vind ik je een behoorlijk stoer type’, legde ik uit. Nu moest zij ook even lachen. Haar zo bezorgde gezicht veranderde ineens weer in dat van het jonge meisje dat ze was. Dat raakte me.

‘Als je ze nou eens een brief schrijft’, zei ik. ‘En als ik je daar dan eens bij help, om de juiste woorden te vinden.’ Dat vond ze een goed idee. We gingen achter de pc zitten. Ze had me er eigenlijk helemaal niet bij nodig, binnen een half uur stond haar verhaal op papier.

‘Tevreden?’, vroeg ik. Ze knikte. ‘En wat nu?’, zei ze. ‘Wat zou je willen?’, vroeg ik weer. Ze werd ineens een beetje verlegen. ‘Dat ik ze die brief geef waar jij bij bent’, zei ze, ‘toch een beetje een watje’. Maar ze lachte er gelukkig wel bij. Ik zei dat ik graag met haar mee ging en we spraken de volgende middag af, samen met haar ouders in de spreekkamer van mijn collega-mediator.

Gesprek

Haar ouders bleken twee vriendelijke en vooral bezorgde mensen van midden veertig te zijn. Ik vertelde ze dat ik (mede op hun verzoek) met hun dochter had gepraat en dat Angelique ze iets belangrijks wilde vertellen. Daarop nam Angelique het woord. Enigszins tot mijn verbazing gaf ze ze niet de brief, maar vertelde hen wat ze ook aan mij had verteld. Haar verdriet, haar boosheid en haar worsteling. En ook haar behoefte aan even rust. Aan het eind gaf ze hen de brief. ‘Dan kunnen jullie het nog eens rustig nalezen’, zei ze.

Haar vader had tranen in zijn ogen en ook haar moeder was duidelijk aangeslagen. ‘Het spijt ons vreselijk dat we je zoveel last bezorgen’, zei haar moeder. We willen je helemaal niet laten kiezen, je bent kind van ons allebei en we zijn en blijven ook samen je ouders’, reageerde de vader. Ik was blij met deze reacties en ik zag dat het Angelique enorm opluchtte. Ze had haar verhaal gedaan en ze voelde zich gehoord.

We praatten nog een kwartiertje door en maakten een paar goede afspraken over hoe het in de toekomst zou gaan. De time-out zou er komen, het hoe of wat zouden ze samen invullen. Met zijn drieën verlieten ze de kamer. Tussen Angelique en haar ouders kwam het wel goed.

Pin It on Pinterest

Share This