Een jaar of vijftien geleden ging ik op vakantie met mijn nieuwe vriend. We hadden er allebei reuze zin in. Ik moest een lezing houden op een congres in de VS en hij ging mee. Daarna zouden we nog een week of twee door Oregon en Washington reizen.

Tijdens het inpakken viel me al op dat hij hele andere dingen in zijn rugzak stopte dan ik. Een pannensetje en een brander, thermo-ondergoed, hele dikke sokken???? Ik had mezelf altijd als een sportief type gezien, maar ik vond dat je op vakantie vooral ook lekker uit eten ging en als het koud was dan zocht je een knus hotelletje of een Bed en Breakfast met een open haard.

Het congres duurde een kleine week en de ochtend daarna stapten we in de huurauto. Het noordwesten van de VS is prachtig en we genoten met volle teugen. Tegelijkertijd werd ons prille geluk af en toe danig op de proef gesteld. Ik vind kamperen best, maar op een matje krijg ik na drie dagen zo’n rugpijn dat ik er heel chagrijnig van wordt. ’s Ochtends lekker knus samen in de slaapzak? Hij wilde om zeven uur (!) een frisse duik nemen in het ijskoude meer. Lekker uit eten? Blikjes bonen opwarmen boven een rokerig vuurtje. Mijn Prins Charming ontpopte zich tot een akelig stoere bushman en ik voelde me regelmatig een klagerige muts.

Nu waren we misschien verschillend maar ook heel verliefd en blij met elkaar dus we zochten werkbare oplossingen. In zo’n Amerikaanse mega-supermarkt kochten we een luchtbed voor in de tent. Koken op een vuurtje was ok, maar dan wel iets lekkers en af en toe gingen we uit eten. Ik ontdekte dat ’s ochtends vroeg zwemmen best fijn was en daarna dook ik weer in de warme slaapzak terwijl hij een eitje voor me bakte. Het was even puzzelen, maar uiteindelijk hadden we een heerlijke vakantie.

Waarom ik dit vertel? Het schoot me deze week te binnen tijdens een mediationgesprek dat ik had met een compleet gezin. Vader, zijn twee tienerdochters en moeder, haar tienerzoon en haar achtjarige dochter. Ze woonden nu zo’n jaar bij elkaar in wat we tegenwoordig een samengesteld gezin noemen. Dat ging best goed, maar nu het vakantie werd kwamen ze er samen niet uit. De spanningen waren zo hoog opgelopen dat ze me hadden gevraagd een keertje met ze te praten.

We inventariseerden het wensen lijstje. Vader hield van een sportieve vakantie, maar zijn dochters wilden het liefst naar de Spaanse Costa. Moeder hield van stedentrips, haar zoon wilde vooral graag windsurfen. De jongste vond niet zoveel, behalve dat ze heel graag een keer naar Eurodisney wilde.

Het leek een onmogelijke combinatie van wensen maar we hadden desalniettemin een leuk gesprek. Ik stelde een aantal vragen. Wilden ze persé met zijn allen met vakantie (antwoord: ja). Altijd met zijn allen? Nee, maar deze eerste keer juist wel. Was dit de enige vakantie dit jaar? Nee, er waren ook nog een of twee kortere tripjes gepland. Het leken triviale vragen, maar het gaf wat lucht. Er ontstond ruimte om te bedenken dat misschien niet alle wensen in een keer ingewilligd hoefden. Ze begonnen te onderhandelen. ‘Als we nou deze keer naar Spanje gaan dan pakken we voor mama vier dagen Barcelona mee, dan gaan we in de herfstvakantie met jou mee wandelen en met Kerst naar Eurodisney.’ Er leek een werkbare oplossing in zicht.

Ik vroeg nog wat door. Hotel of kamperen of nog iets anders? Wie kookt er, wie doet de boodschappen of gaan jullie uit eten? Auto of vliegen? Wie bepaalt het dagprogramma? En wie bepaalt eigenlijk het budget? Er viel een stilte. ‘Het is toch nog wat lastiger dan ik dacht’, zei de vader. Ik legde ze uit dat dat niet raar was.

Ik ken een samengesteld gezin waar de ene helft gewend was op zaterdag voor de tv patat of pizza te eten terwijl de andere helft juist uitgebreid met elkaar aan tafel ging om minimaal drie gangen te nuttigen. Gelukkig heeft een weekend twee dagen en daar lag ook de sleutel tot de oplossing.

Twee gezinnen, elk met hun eigen gewoontes en gebruiken, die ineens samensmelten tot een groot gezin, dat gaat niet vanzelf. Je moet overleggen over dingen die voor het oorspronkelijke gezin heel vanzelfsprekend waren. Het is slim en verstandig om aan de voorkant een aantal zaken met elkaar te bespreken en afspraken te maken. Maar hoe doe je dat? Ik raad altijd aan om een aantal situaties met elkaar door te spreken. Bijvoorbeeld: Het is zaterdagochtend en wat doe je dan? Vroeg op en naar de hockey? Samen naar de markt? Uitslapen en een croissantje? Het maakt eigenlijk niet uit, het gaat om de verwachtingen en het is belangrijk dingen zo te regelen dat iedereen iets van zijn oude leven terugvindt.

Is het pad daarmee tot in lengte van dagen geëffend? Nee natuurlijk niet. In elk gezin wordt af en toe geruzied of gemopperd. Dat hoort erbij. Het is vooral belangrijk om met elkaar in gesprek te blijven. Zoek daarbij vooral niet altijd het poldercompromis waarbij iedereen net niet doet wat hij leuk vindt. Doe liever een keer helemaal mee met de een en een volgende keer met de ander. Het levert je misschien wel nieuwe inzichten op. Bijvoorbeeld dat zwemmen in een ijskoud meer om 7 uur ’s ochtends af en toe best fijn kan zijn!

 

 

Pin It on Pinterest

Share This