De sfeer aan tafel was ronduit grimmig. De mannen zaten als kemphanen tegenover elkaar.

Twee broers, compagnons en zakenpartners. Ze stonden samen aan het hoofd van hun familiebedrijf. Het was jaren prima gegaan, zowel zakelijk als privé. Maar nu wilden ze met pensioen en er was een enorme ruzie ontstaan over de opvolging.

Er waren vier kinderen. De oudste had twee zonen, de jongste een zoon en een dochter. Drie van hen werkten in het bedrijf. De vierde (de tweede zoon van de oudste broer) was kunstenaar en had weinig belangstelling voor de zaak.

Voor de oudste broer was het helder: de oudste zoon van de oudste zoon (zijn kind dus) werd directeur. De oudste zoon van de tweede broer kon wat hem betreft de buitendienst aansturen. Met vrouwen in het technische bedrijf had hij sowieso niet veel op, dus zij kon misschien hoofd administratie worden.

De jongste broer protesteerde hevig. Zijn zoon was duidelijk meer geschikt om aan het roer te staan. Maar eigenlijk beter nog: zijn dochter. Zij had een technische en een commerciële opleiding opleiding gevolgd, lag goed bij het personeel en had visie.

Voor de oudste was dit een absolute no-go. Er had in het bedrijf nog nooit een vrouw aan het roer gestaan en dat ging wat hem betreft ook nu niet, straks niet, nooit niet gebeuren! En de zoon van zijn broer was een watje dus dat was in elk geval geen optie.

Ruimte

Ik gaf ze de tijd en de ruimte om hun hart te luchten, stelde af en toe een verduidelijkende vraag om goed te begrijpen wat er speelde. Na een uurtje begonnen ze in herhalingen te vervallen en ik zag het patroon van de discussies. Het was tijd om wat nieuwe elementen in te brengen.

‘Wat vinden jullie vrouwen hier eigenlijk van?’, vroeg ik. Voor het eerst vielen ze even sti. ‘Niet geweldig’, mompelde de jongste. De oudste legde uit dat hun vrouwen al dertig jaar hartsvriendinnen waren en deze situatie vreselijk vonden. En er was nog iets. De negentigste verjaardag van moeder was aanstaande en in deze sfeer werd een feest heel erg moeilijk.

Ik vroeg ze hoe ze zouden willen dat het over vijf jaar was. Daar waren ze het eigenlijk wel over eens. Een nog steeds bloeiend bedrijf waar hun kinderen goed hun boterham in konden verdienen en voor zichzelf die langgedroomde boot waarop ze met hun partners lekker weekjes weg zouden gaan. Ze werden er helemaal vrolijk van als ze het erover hadden.

‘Wat is er nodig voor een bloeiend bedrijf?’, vroeg ik. Op een flip-over schreef ik de antwoorden die ze gaven. Klanten, een goede sfeer, innovaties, een goed produkt, voorlopen op de concurrentie….het werd een flinke lijst.

De jongste deed een voorstel: ‘als we nou per onderwerp eens aangeven wie van de kinderen waar goed in is, dan zien we vanzelf wie de leiding moet krijgen’. De oudste reageerde als door een adder gebeten: ‘daar gaat het niet om, het is de oudste van de oudste, zo gaat het al vier generaties en daar blijft het bij!’

Waren we nou weer terug bij af? ‘Wat willen jullie kinderen zelf eigenlijk?’ vroeg ik ze. Nu was het echt oorverdovend stil. ‘Dat hebben we ze nooit gevraagd’, gaf de oudste toe. ‘Daar werd in onze tijd niet over gepraat en dat hebben wij dus ook nooit overwogen om te doen’, zei de jongste. ‘Zou dat niet eens tijd worden?’, vroeg ik voorzichtig. Ja, eigenlijk wel natuurlijk.

We maakten een nieuwe afspraak en spraken af dat ook de kinderen daarbij uitgenodigd zouden worden. Natuurlijk zouden ze dat ook zonder mij kunnen maar ze vonden het allebei verstandig als ik de regie voerde. ‘We hebben allebei ene nogal kort lontje, zoals je hebt gezien’, grinnikte de oudste.

In de weken erna voerden we nog drie gesprekken. Tijdens de eerste twee waren alle kinderen aanwezig. De uitkomst bleek bijzonder. De oudste zoon van de oudste zoon bleek zijn hele leven al op te zien tegen de positie van algemeen directeur, zijn hart lag bij de buitendienst. De jonge kunstenaar bleek wel degelijk interesse te hebben in het bedrijf en dan met name in de marketing en de ontwikkeling van innovatieve concepten. De zoon en dochter van de jongste broer zagen zichzelf het bedrijf wel aansturen, de een met een accent op sales, de ander op de bedrijfsvoering en personeelszaken.

Het werd tijd voor de inbreng van financiële en juridische experise, want iedereen was het er over eens dat alles wel eerlijk en gelijk verdeeld moest worden. Er was een trusted advisor die dat op zich zou gaan nemen.

Tijdens het laatste gesprek zaten de broers weer samen bij mij aan tafel. ‘Dat was wel even slikken’, gaf de oudste toe. ‘Voor mij ook’, zei de jongste. ‘Het was eigenlijk wel onthutsend dat we de kinderen nooit om hun mening hadden gevraagd’. Ik vroeg hoe het nu tussen hen ging. Een stuk beter, zo bleek het, maar nog niet alles was vergeven en vergeten. We besteedden deze sessie aan uitzoeken hoe dat zat. Het was, zo bleek, vooral de enorme verwijdering die was ontstaan die ze allebei diep geraakt had. Dat dat kon gebeuren had ze allebei een gevoel van onveiligheid gegeven.

Ik informeerde wat ze precies wilden. ‘Dat het weer wordt zoals vroeger’, zei de oudste. ‘Maar kan dat nog wel?’ Ik vroeg om dat ‘zoals vroeger’ nog een slagje concreter te maken. Wat wilden ze terug? Er kwam weer een lijstje, net als tijdens het eerste gesprek. Samen koffie drinken, biljarten, lachen, een broodje bal….Ineens stonden er tranen in de ogen van de oudste. Hij stond op een spreidde zijn armen ‘Ik mis je, potdorie!’, riep hij. De ander stond ook op en omhelsde zijn broer. Ik verliet zachtjes de kamer, om ze even een moment samen te geven.

Toen ik terugkwam zaten ze weer op hun stoel, maar ze keken een stuk opgewekter. ‘We gaan een boot kopen!’, zie de jongste.

Pin It on Pinterest

Share This