Rechterhand

Ze was het bedrijf twaalf jaar geleden gestart en had het eigenhandig opgebouwd en groot zien worden. Mia was haar rechterhand en dus een medewerkster van het eerste uur. In die tijd zaten ze met zijn drieën op een zolderkamertje. Het was meer een vriendenclubje dan een bedrijf, er werd geborreld, gelachen en gewerkt.

Inmiddels waren ze met 120 man in een mooi gebouw en had zij, als bestuurder, een ruim eigen kantoor. Mia was leidinggevende van de administratie. Het laatste jaar waren er irritaties en afgelopen week was er een behoorlijk aanvaring geweest waar ook collega’s getuige van waren. Tijd voor een goed gesprek. Ik was gevraagd om dat als arbeidsmediator te begeleiden.

Ik had met beiden een intakegesprek en vroeg ze wanneer zij de mediation als geslaagd beschouwden. Laura (de bestuurder) was zeer ferm. ‘Ze hoeft zeker niet weg, er wordt in dit bedrijf niemand ontslagen!’ Ze gaf aan dat ze graag zag dat het ‘weer werd zoals vroeger’. Mia was een stuk aarzelender. ‘Dat weet ik eigenlijk niet. Er is zoveel veranderd, dat ik me afvraag of ik hier nog wel pas.’

Pionieren

Twee dagen later zaten ze samen in mijn werkkamer. Ik vroeg ze om allebei hun verhaal te doen. Mia begon. Ze vertelde over de start, het pionieren, de spannende tijd en de saamhorigheid. Over de (snelle) groei van de organisatie en hoe ze langzaam maar zeker steeds sterker het gevoel had dat ze niet meer op haar plek zat. De aanvaring van de afgelopen week was wat haar betreft een symptoom van haar steeds groter wordende onvrede.

Laura gaf aan dat het zware jaren waren geweest en dat ze Mia altijd als haar steun en toeverlaat had gezien. Enkele jaren geleden was het bedrijf in zwaar weer terechtgekomen en toen had ze Mia ervaren als een vertrouwd maatje met een luisterend oor en een grote steun. Zij was blij dat het nu goed ging en dat ze minder een beroep op Mia hoefde te doen.

Mia had het zwijgend aangehoord. ‘Dat pionieren en dat samendoen, daar kreeg ik juist energie van’, zei ze. ‘Ik vond het fijn om je te steunen. Ik heb het gevoel dat ik nu overbodig ben, of nee, ik zeg het niet goed. Ik ben nu vervangbaar. Wat ik kan dat kan een ander ook.’

Ik zag Laura schrikken. ‘Ik wil niet dat je weggaat’, zei ze. Misschien heb ik je binnenkort wel weer nodig’. Ineens werd Mia boos. ‘Dat klinkt knap egoïstisch’, beet ze Laura toe. De sfeer in de kamer was in één klap gespannen. Laura knikte ‘daar heb je misschien wel gelijk in, ik moet hierover nadenken’. Ik zag dat ze allebei even tijd nodig hadden en stelde voor een nieuwe afspraak te maken.

‘Ik heb nagedacht’, kondigde Laura een week daarna aan. ‘Wat denk je van een andere positie in het bedrijf, waarbij je als MT-lid meepraat en meebeslist?’ ‘Ik heb ook nagedacht’, zei Mia. ‘Ik ga een andere baan zoeken. Ik voel me niet meer op mijn plek. Ik ben een bouwer, een pionier. Jij hebt veel meer een beheerder nodig en dat ben ik niet. Daar word ik ongelukkig van en jij uiteindelijk ook.’

Bij Laura sloeg dit in als een bom. Ze had even tijd nodig om zich ter herpakken dus het was een poosje stil. ‘Ik hoor wat je zegt’, zie ze. ‘Ik snap het ook wel, maar ik vind het heel moeilijk.’ Mia gaf aan dat ze dat goed begreep maar het toch echt wilde. ‘Kunnen we afspraken maken over het hoe en wat?’

Dat ging mij even te snel. Ik vroeg of ik iets uit mocht leggen. Dat mocht. Ik vertelde ze dat afscheid nemen een soort rouwproces is. Dat Mia daar al veel verder in was dan Laura en daarom nu graag actie wilde, maar dat Laura even tijd nodig had om het verdriet (want dat was het overduidelijk) te voelen en een plek te geven.

Ik gebruikte de tijd om zowel Laura als Mia aan het woord te laten om goed aan de ander uit te leggen wat zij de afgelopen 12 jaar voor elkaar betekend hadden en hoe zij de huidige situatie beleefden. Aan het eind van het gesprek merkte ik dat er aan twee kanten begrip en respect was en ik zag ook af en toe een glimpje van de eerdere hechte band.

In het derde en laatste gesprek zag ik een veel stevigere Laura. ‘Ik heb je verteld dat we hier niemand ontslaan, maar ik heb me onvoldoende gerealiseerd dat mensen ook zelf kunnen vertrekken. Dat is natuurlijk al eerder gebeurd maar nooit zo dicht in mijn nabijheid.’ Mia zei ‘Ik was vorige keer wel heel erg snel denk ik. Ik wil inderdaad weg, maar ik wil het er graag met je over hebben hoe we dat gaan doen. Ik laat de boel natuurlijk niet zomaar uit mijn handen vallen. Ik wil je de tijd geven om een goede opvolger te vinden.’

‘Daar ben ik echt heel blij om’, zei Laura. ‘En nog iets heel anders. Weet je wat ik mis? De borrels en de lol. Dat is er helemaal bij ingeschoten. Denk

je dat we als je weg bent nog weleens samen kunnen eten?’ Mia was verrast. ‘Heel graag!’

Toekomst

Drie maanden later belde Laura. Mia had een andere baan (bij een startend bedrijf) en had haar opvolger ingewerkt. Ze had de dag ervoor afscheid genomen en dat was een ontzettend leuk feest geworden. Ze had haar een mooi afscheidskado gegeven en een dinerbon. Om een keertje gezellig te gaan eten met zijn tweeën.

 

 

Pin It on Pinterest

Share This